De Carnicabij

 

Uit: 'Beste bijen, hoe leer ik jullie kennen'. Auteur: J.J.Speelziek. Uitgever: Vereniging ter bevordering der bijenteelt Nederland.

 

De opmars van de Carnica dateert van het begin van de 50-er jaren.

Door middel van selectie, waarbij Prof. Dr. F. Ruttner een dominerende rol speelde, was men er te Lunz (Oostenrijk) in geslaagd de minder goede eigenschappen van dit ras zoveel mogelijk terug te dringen en de goede naar voren te halen.

Thans zijn er een drietal stammen van dit ras, te weten:

- de Oberlander (Perschetz),

- de Troiseck en

- de Sklenar, waarop verder wordt voortgeteeld.

 

De Carnica, zeer goedaardig en derhalve dé bij voor een dicht bevolkt land, heeft een uitstekende haaldrift. Deze en nog andere goede eigenschappen waren er de oorzaak van dat ze thans in geheel Noordwest-Duitsland de meest populaire bij is geworden. Vrijwel alle Duitse waddeneilanden bezitten Carnica-bevruchtingsstations.

 

Kermerken en eigenschappen van de Carnica:

 

A) De uiterlijk kenmerken zijn zodanig, dat daarvan reeds een goed oordeel kan worden verkregen, te weten:

-pantserkleur (achterlijf): donker, soms leerbruin

-beharing van de 5de ring van het achterlijf: kort en dicht

-viltbanden: van de 4de ring van het achterlijf: breed, opvallend grijs

-vleugelindex: bij de raszuivere werksters 2.4 tot 3.0mm

-tonglengte: lang, 6.4 tot 6.8mm

 

B) De raseigenschappen zijn:

-voelt zich goed thuis in het Noordeuropese klimaat

-zachtaardig, handelbaar met een rustige raatzit

-goede overwintering

-ontwikkelt zich vroeg en snel in het voorjaar

-stopt vroeg met broeden in het najaar

-goede honinghaalsters in voorjaar en zomer

-zwermneiging gering, althans minder dan de inheemse bij

 

De Carnica bezit een grotere tonglengte dan de inheemse bij, wat mogelijk maakt dat ze bij meerdere bloemen nectar kan ophalen doordat haar tong tot diep in de bloem kan reiken.

Haar snelle voorjaarsontwikkeling is bekend, waar tegenover staat dat het broednest in een drachtpauze snel inkrimpt.

Voor de late zomerdracht (o.a. heide) moet ze in de donkere bij of Buckfastbij haar meerdere erkennen.

Ook in Nederland zijn er veel imkers die Carnica bijen houden, en zijn er daarvoor speciale bevruchtingsstations om zuiver aan te kunnen paren, bijvoorbeeld in Schiermonikoog en Vlieland. Deze bevruchtingsstations worden beheerd door vrijwiligers!

 

Opmerking van ons:

Veel literatuur is te vinden in Duitse boeken. Ons Duits is helaas niet zo goed dat we op dusdanige manier alles begrijpen om het hier weer te kunnen geven.