De wesp

 

Het is moeilijk om de uiterlijke kenmerken tussen een bij en een wesp te onderscheiden.

We kennen allemaal wel de duidelijke wespentaille bij de wesp, maar verder ........

 

Zowel bij de wespen als de bijen bestaan er solitair (op zichzelf) levende als sociaal levende exemplaren waarvan de laatste groep in kolonies leven.

Tussen de verschillende honingbij rassen bestaan er kleurverschillen in pantsers:

ze kan zwart/bruinachtig zijn, de inheemse honingbij is meer zwart van kleur, maar sommige bijen hebben ook een geelachtige kleur die weer op de wesp lijkt.

De wesp is geel met zwart gekleurd.

Bij de wespensoort bestaan er verschillen in grootte, zo is

de werkster van de gewone wesp (paravespula vulgaris L.) 10-15mm groot en de koningin 20mm groot is.

De werkster van de Duitse wesp (Paravespula germanica F.) is 12 tot 15mm groot; de koningin rond de 20mm.

Dan hebben we nog de Europese Hoornaar: werkster 18-25mm en de koningin 25-35mm!

Hiertegenover zijn werksters van de Europese honingbij ongeveer 16 mm, de koningin rond de 20mm.

 

Ook de wesp is een nuttig insect. Op zijn menulijst staan veel schadelijke en ziekte verwekkende insecten zoals vliegen, (langpoot)muggen, rupsen, vlinders, sprinkhanen, krekels, libellen, spinnen, (stervende) bijen en vlees van kadavers. Met zijn kaken vermaalt de wesp het vlees en voert hiermee de larven in het nest. Als wederdienst braken de larven een energierijke zoetstof op die weer als voedselbron gebruikt wordt door de volwassen wespen.

De voedselbron van honingbijen bestaat uit nectar en stuifmeel. Zij voeden zichzelf met honing als energiebron.

 

Naarmate het zomerseizoen ten einde loopt en de koningin stopt met eieren leggen vanwege de kou én de laatste larven in het wespennest volwassen worden, valt de wederzijdse afhankelijkheid van de voedselbron ook weg. De volwassen wespen zijn nu afhankelijk geworden van andere voedselbronnen, zoals natuurlijke suikers van vruchtvlees en sap van rijp fruit, maar ook van onnatuurlijke koolhydraten: suiker leverende producten zoals bijvoorbeeld frisdranken.

De honingbij zoekt 3/4 jaar naar nectar en stuifmeel, wat nodig is om het broed, koningin en zichzelf te voeden. Het maken van honing levert hen een voedselvoorraad op gedurende het hele jaar.

 

Bij de eerste nachtvorst rond oktober sterft het wespenvolk, maar niet voordat zij rond augustus-september nieuwe koninginnen hebben opgevoed. De rond die tijd uitgekomen darren bevruchten de jonge koninginnen. De darren sterven na de bevruchting, de bevruchte jonge koninginnen zoeken een schuilplaats voor de winter waar zij een winterslaap houden van 6 tot 7 maanden.

De honingbij neemt in aantal af naarmate het kouder wordt, de koningin legt minder eieren en de bijen die geboren worden worden automatisch winterbijen die, in tegenstelling tot de zomerbijen, wel 6 tot 7 maanden oud worden. De jonge honingbij koninginnen worden rond half mei geboren, ze worden dan bevrucht en zoeken met een deel van het moedervolk een nieuwe woning (meestal is dat in een nieuwe kast bij de imker). Darren van de honingbij sterven eveneens nadat zij een koningin hebben bevrucht. Die darren die overblijven sterven rond september-oktober omdat ze niet meer gevoed worden door de werksters in het volk.

 

Een (oude) wespenkoningin en gevolg overlijden bij de eerste nachtvorst rond oktober.

De honingbij neemt in aantal af zodra het buiten kouder wordt en overwintert in een kleine tros van zo´n 10.000 tot 15.000 bijen. In het voorjaar (afhankelijk van de buitentemperatuur rond februari-maart) begint de koningin weer langzaam met het leggen van eieren, die door de winter werksterbijen opgevoed worden, totdat de nieuwe werksters in het voorjaar geboren worden. De winterbijen sterven hierna.

 

Wespen bouwen hun nesten meestal in de grond (bijvoorbeeld in oude muizenholen), in bomen of grote struiken, in spuimuren, vlieringen of schuren.

Bijen wonen van nature ook in boomholtes. Ze kunnen ook in spuimuren voorkomen, maar worden het meest gehuisvest in een bijenkast.

In het voorjaar (rond april) bouwt een overwinterende wespenkoningin in haar ééntje het begin van nieuw nest. Zij gebruikt hiervoor een grijs- of bruingeel papier-achtig materiaal, wat verkregen wordt door het afknagen van zacht hout en andere vezels en dit te mengen met water of speeksel.

Door een 'continu cyclus' heeft de honingbij al een reeds bestaand nest, weliswaar kleiner van omvang in het voorjaar dan 's zomers.

De werksters gebruiken was die zij zelf uit hun wasklieren zweten om de cellen en het nest verder uit te bouwen.

 

Na het leggen van de eerste eieren voedt de wespenkoningin zelf de larven op totdat de opgegroeide werksters (na 3 tot 5 weken) haar werk overnemen. De wespenkoningin wordt dan gevoed door haar dochters en concentreet zich hierna op het leggen van eieren.

Het opvoeden van de larven wordt bij de honingbij verricht door de werksters. Een koningin legt enkel en alleen eieren.

 

Een goed ontwikkelt wespennest bestaat uit ongeveer 5000 wespen.

Een bijenvolk kan in de zomer bestaan uit 50.000 tot 60.000 bijen!

 

Een wesp kan meerdere keren achter elkaar steken, dankzij een steekapparaat met een angel zonder weerhaken.

Een bij kan -indien zij een zoogdier steekt- één keer steken. Zij heeft een steekapparaat met een angel mét weerhaken en verliest bij het steken een deel van haar achterlichaam met angelapparaat waardoor zij sterft.

 

Mocht u een insect bij uw tafel aantreffen rond de maanden augustus/september kunt u er zeker van zijn dat u meestal met een wesp te maken heeft en niet met een honingbij.

 

Mocht u gestoken zijn door een honingbij trek dan NIET de angel uit de huid (men drukt hierdoor ongewild juist het gifblaasje leeg bij deze handeling), maar krab de angel uit de huid.

 

www.ahw.me/indexwespen.html