Drachtperiode van de planten

 

U vindt onder deze kop twee subpagina's over vroeg- en laat bloeiers; een overzicht van de eerst bloeiende én de laatst bloeiende planten, bomen, struiken en heesters in het jaar. Hierdoor kunnen wij een tuin inrichten die in principe het hele jaar door bloeit en voedsel verschaft aan verschillende insecten.

 

Honingbijen, hommels en andere insecten zijn in het voorjaar erg afhankelijk van de eerst bloeiende planten voor de ontwikkeling van hun volk. Honingbijen hebben stuifmeel nodig, alleen uit het stuifmeel halen ze belangrijke stoffen, zoals eiwitten, zetmeel, vet, mineralen en vitaminen, die belangrijk zijn voor de ontwikkeling van het eiwitvetlichaam van de opgroeiende larve. Dit eiwitvetlichaam levert hen in hun volwassen stadium de nodige energie om de winterperiode mee te kunnen overbruggen en weer nieuwe larven van op te kunnen voeden. Een goed ontwikkeld eiwitvetlichaam maakt het de honingbij mogelijk koninginnengelei te ontwikkelen die aan de opgroeiende werksterlarven in de eerste drie dagen van hun leven gegeven wordt. Een koninginnelarve krijgt haar gehele opgroeiperiode van larf tot volwassen bij koninginnegelei toegediend. Koninginnengelei is een voedsel welke de honingbij zelf produceert via de voedersapklieren in haar hoofd en uit de kaakklieren. Daarom is stuifmeel van groots belang in het voorjaar voor de honingbijen. Geen stuifmeel, geen opgroeiend bijenvolk, uiteindelijk geen honing en geen bestuiving van andere planten.

 

Citaat: "Bijenhouden, een handleiding voor liefhebbers'; William Scott

"Heel aardig voor de bijen zijn ook wat bolgewassen in de tuin, zoals krokussen, sneeuwklokjes en hyacinten of tulpen: op koude dagen in februari of maart, als ze (de bijen) maar kort naar buiten kunnen, hebben ze wat stuifmeel direct naast de deur.

Een speciale vermelding verdient Bernagie (Borago officinalis), een kruid met blauwe sterrebloemen, dat het in elke tuin goed doet en de bijen maandenlang bezighoudt.

Alleen Liguster moet worden vermeden omdat te veel ervan de honing ongenietbaar maakt, hoewel er ook lindesoorten zijn, de Zilverlinde (Tilia tomentosa) en de Hongaarse zilverlinde (Tilia petiolaris), die bijen aantrekken en toch dodelijk voor hen zijn. Twijfels bestaan er ook ten opzichte van kruiskruid, zoals het Jacobskruiskruid (Senecio jacobaea), dat evenwel niet vaak in tuinen wordt aangetroffen en meestal ook te laat bloeit om nog enig effect op de smaak van de honing te hebben".

 

Noot van ons betreffende bovengenoemde planten.

Krokus; Latijnse naam: Crocus; bloeiperiode februari + maart.

Sneeuwklokje; Latijnse naam: Galanthus nivaliis; bloeiperiode februari + maart.

Hyacint; Latijnse naam: Hyacinthus orientalis; bloeiperiode april + mei.

Tulp: Latijnse naam: Tulipa; bloeiperiode april t/m juni.

Bernagie; Latijnse naam: Borago officinalis; bloeiperiode april t/m oktober. Ook wel Komkommerkruid genoemd vanwege de smaak; de bloemen en jonge blaadjes zijn eetbaar en kunnen in een salade verwerkt worden.

Liguster: Latijnse naam: Ligustrum ovalifolium; bloeiperiode juni + juli.

Jacobskruiskruid is een plant die bij consumptie door zoogdieren giftige stoffen achterlaat in de lever, zie ook: nl.wikipedia.org/wiki/Jakobskruiskruid

 

 

Een website welke een plantengids als onderdeel heeft. In deze gids vindt u zomer- en najaarsbloeiers, betreffende drachtplanten, dus nectar- of pollenleveranciers. 

Er staan foto's en benamingen evenals indeling naar geschiktheid als drachtplant, betreffende eenjarige planten, twee- of meerjarige planten, inheemse bomen en struiken en uitheemse flora.

www.bieenkorf.be/plantengids.htm

www.plantenvademecum.nl/

Van Arie Koster.

Bijenplantengids, drachtplantengids voor wilde bijen, honingbijen en de bijenteelt.

Nectar- en stuifmeelopbrengst calculator

 

"Het gaat niet goed met de bijen in Nederland. Met name op het platteland hebben veel bijensoorten het moeilijk omdat er weinig bloeiende vegetatie is en bijen te weinig voedsel kunnen vinden. Ook veel andere nuttige insecten zijn in aantallen achteruit gegaan.

 

De krachtkalender is bedoeld voor AGRARIERS omdat de nectar- en stuifmeelvoorziening op het Nederlandse platteland onvoldoende is.

Door de bloeiboog van het eigen bedrijf in beeld te brengen wordt duidelijk welke aanpassingen agrariers kunnen maken voor het verbeteren van de dracht.

Maar ook GEMEENTEN, BEDRIJVEN en BURGERS kunnen door deze drachtkalender gebruiken om de nectar- en stuifmeelproductie in beeld te brengen.

 

De drachtkalender is ontworpen door het Loius Bolk Instituut in het kader van het praktijknetwerk BIJenBestuiving (2012-2015). Dit netwerk is gefinancierd door het Ministerie van Economische Zaken en het Europese Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling. www.drachtkalender.nl/

 

Hoe werkt de drachtkalender?

De drachtkalender is opgebouwd uit verschillende biotopen die op een boerenbedrijf kunnen voorkomen: erf, houtsingel, akker, akkerrand, weiland, boomgaard, berm en slootkant.

 

Een drachtkalender maken:

* per biotoop vult u de oppervlakte in (in hectare)

* daarna vult u de bedekking in van de verschillende plantensoorten die in deze biotopen voorkomen (in percentages)

* op het tabblad RESULTAAT vindt u potentiele nectar- en stuifmeel productie oper maand door de aanwezige drachtplanten

* per biotoop kunt u zien welke drachtplanten wanneer bloeien en wat zij betekenen voor het voedselaanbod voor honingbijen"

 

Klik op de www.drachtkalender.nl/calculator voor de berekening.