Bijengif

 

Uit: "Apitherapie, gezondheid uit de bijenkast"

Auteurs: Klaas Sluiman

Uitgever: Bijkersgilde

Uitgave van de Stichting Bijkersgilde en onderdeel van de Cursus Specialist Bijenproducten.

 

Let Op:

De informatie in dit boekwerkje is bedoeld als educatief onderdeel van de cursus Specialist Bijenproducten van de Stichting Bijkersgilde en is niet bedoeld als basis voor diagnose of behandeling, noch als vervanging van behandeling door een bevoegde beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg.

De uitgever wijst elke aansprakelijkheid die direct of indirect voortvloeien uit informatie op deze pagina's nadrukkelijk van de hand.

 

Om zich tegen hun vijanden te verweren, maken bijen een gif, dat ze opslaan in de gifblaas. Dat kan alleen als er voldoende stuifmeel te halen is. men heeft ontdekt dat de gifproductie ten nauwste verbonden is met het voorhanden zijn van pollen in de bijenvoeding. In de regel kan een bij maar eenmaal steken, omdat na de steek de angel met de gifblaas in de huid (alleen bij zoogdieren!) achterblijft en de bij ten dode opgeschreven is. Bijengif veroorzaakt een lokale ontsteking en is niet alleen pijnlijk maar kan ook zeer gevaarlijk zijn voor mensen met een bijengif-allergie. Al in het oude Egypte wist men bijengif op waarde te schatten en in te zetten bij reumatische aandoeningen.

 

Niet iedere bij heeft een giftige angel: jonge bijen hebben nog geen gif en oude bijen nog maar weinig. Pas tussen de 15e en 20ste dag na het verlaten van de cel wordt het gif in de gifklier gevormd en tevens opgeslagen. Een druppeltje gif weegt 0,1-0,35 milligram. Als het opdroogt blijft er circa 0,1 milligram droog gif over.

 

Bijengif is erg complex van chemische samenstelling. In essentie is het opgebouwd uit proteinen (50%) en tot op heden is nog niet helemaal duidelijk wat er precies allemaal in het bijengif zit. 

 

De samenstelling van het gif is afhankelijk van 4 factoren:

- de nectar, verzamelt door de bij zelf

- het stuifmeel, de pollen waarmee een bij wordt gevoed vooral op jonge leeftijd

- de leeftijd van de bij (pas tussen de 15e en 20ste levensdag van de volwassen bij wordt het gif gevormd in de gifblaas)

- het bijenras (welke soort bij het is; zie hiervoor ook Bijenrassen)

 

Bijna 50% van het bijengif bestaat uit Mellitine, de veroorzaker van pijn en jeuk. Het heeft sterke bacteriendodende en cytotoxische eigenschappen, het veroorzaakt ontstekingsverschijnselen zoals jeuk, zwelling, warmte en roodheid van de huid door het vrijkomen van Histamine, stimuleert de hypofyse om ACTH (een polypeptidehormoon en neurotransmitter) te produceren dat weer de adrenaline-klieren stimuleert om cortison te produceren wat een onderdeel is van de lichaamseigen genezingsreactie, is 100 keer krachtiger als ontstekingsremmend middel dan hydrocortison. 

Apamine is vertegenwoordigd in een verhouding van 2 tot 3% van de totale gifmassa. Het is ontstekingsremmend, neurotoxisch en het prikkelt het centrale zenuwstelsel.

Peptide 401 (of MCD peptide ofwel verticale cel dekristalliserend peptide dat histamine vrijmaakt in de mastocyten) vertegenwoordigt ook 2 tot 3% van de totale gifmassa en is uiterst ontstekingsremmend.

Adolapine (1% van de gifmassa) is ontstekingsremmend en is een neurotransmitter met een pijnstillend effect.

Bijnegif bevat ook enzymen, waaronder Phospholipase A2 (het representeert 10 - 20% van de totale gifmassa), dat samen met hyaluronidase het weefsel beter doordringbaar maakt. Het maakt de verbindingen tussen cellen losser, waardoor het weefsel of de extracellulaire ruimte beter doordringbaar wordt.

Dit zorgt er weer voor dat de geneeskrachtige stoffen makkelijker de beschadigde cellen kunnen binnendringen en dat giftige- en afvalstoffen makkelijker afgevoerd kunnen worden. Dit is bijzonder belangrijk bij reumatische problemen,. Het hyaluronidase is een krachtig allergeen. Meer dan de helft van de bijengif-allergische patienten ondervindt daadwerkelijk een sterke IgE-reactie als gevolg van dit bestanddeel.

Verticale cel dekristalliserend Peptide veroorzaakt het vrijkomen van histamine dat ontstekingsverschijnselen veroorzaakt. Het is, voor zover bekend, het meest krachtige aanvalopwekkend middel als het geinjecteerd wordt in de hersenen. 

 

En tot slot, Catecholamines (in het bijzonder Noradrenaline), Dopamine en Histamine zijn de actieve aminen van bijengif. Desondanks zouden de ontstekingsremmende eigenschappen van Apamine (de toename van Cortisolemia) gericht tegen Histamine kunnen verklaren waarom een individu zich snel beter voelt na de steek. 

Dopamine is een neurotransmitter die de motorische functie vergroot. Het is onvoldoende aanwezig bij patienten die lijden aan de ziekte van Parkinson en excessief aanwezig bij psychotische patienten die behandeld worden met neuroleptische medicijnen. Dopamine, samen met Serotonine en andere Catecholamines, worden aangeduid als factoren bij grote depressie. Bijengif bevat ook Fosfolipides, naar verhouding 4 - 5%. De koolhydraten representeren minder dan 2% van het gewicht. 

 

Cortisonachtige en immuno-stimulerende werking van bijengif:

Bij dieren lijkt bijengif, en meer in het bijzonder Mellitine, indirect het vrijkomen van Cortisol te veroorzaken. Cortisol is de belangrijkste natuurlijke ontstekingsremmende Corticosteroide. Om precies te zijn, Mellitine verhoogt de ACTH productie door de Hypofyse (zoals al eerder hierboven uitgelegd). Dit hormoon komt in de bijnier terecht waar het de productie van Cortisol stimuleert. 

Het immuunsysteem is niet alleen de grootste natuurlijke hindernis die het menselijk lichaam beschermt tegen het binnendringen van vreemde micro-organismen, maar het is ook betrokken bij het herstel van weefsel in het geval van verwonding, ongeacht van de aard. 

Bijengif gedraagt zich als een antigen (dat is een structureel vreemde substantie) zodra het bij een organisme binnendringt, waar het sommige van de vitale functies kan beinvloeden. 

Het organisme reageert vervolgens door het mobiliseren van alle afweermechanismen (het immuunsysteem) tegen deze agressor. We spreken dan van immuno-modulatie met een immuno-stimulatie, wat een beetje lijkt op een vaccinatie.

Onder andere dit complexe mechanisme werkt als een lokaas dat er voor zorgt dat het immuunsysteem zich naar buiten orienteert. Dit zou aan de basis moeten liggen van bepaalde therapeutische eigenschappen van bijengif. Door middel van andere mechanismen heeft bijengif een beschermende werking tegen straling en is het meest spectaculaire effect van bijengif analgesie (vermindering van de gevoeligheid voor pijn). 

Dit effect draagt in gelijke mate bij aan de ontstekingsremmende eigenschappen van zowel bijengif als cortisol, waarvan de productie in de bijnieren door bijengif wordt gestimuleerd. De regeling van de macrofage functie (verantwoordelijk voor de productie van witte bloedcellen) zou ook de vermindering van ontstekingen en gelijktijdig die van pijn kunnen verklaren. 

 

Samenstelling van bijengif:

* Proteinen:

Fosfolipase A      10 - 12%

Hyaluronidase     1 - 3%

Fosfatase, glucosidase    1 - 2%

* Peptiden:

Melitine    50 - 55%

Secapine, MCD-peptide    1,5 - 4%    

Tertiapamine, apamine, procamine    2 - 5%

Andere kleine peptides    13 - 15%

* Biogene aminen:

Histamine    0,5 - 2%

Dopamine    0,2 - 1%

Noradrenaline    0,1 - 0,5%

* Suikers:

Glucose, Fructose    2%

Fosfolipiden    5%

Feromonen    4 - 8%

Mineralen    3 - 4%

 

 

Algemene therapeutische eigenschappen van bijengif:
- Krachtige biologische werking,

- Blokkeert de zenuwoverdracht in de hersenen,

- Activeert het afweermechanisme van het lichaam,

- Gaat krampverschijnselen tegen,

- Verlaagt de bloeddruk,

- Stimuleert vaatverwijding,

- Remt de ontstekingsreactie en verminderd de pijn-waarneming en

- Is een krachtige bloedstoller.

 

Bijengiftherapie is toepasbaar bij velerlei klachten:

- Cardio-vasculair: hypertensie, hypotensie, hartritmestoornissen, endarteriitis en athero-sclerose.

- Pulmonair: astma, chronische obstructieve pulmonaire aandoeningen (zoals COPD), amphyseem.

- Neurologisch: multiple sclerose, chronische pijn, facialisverlamming, syndroom van Guillain-Barre, dropvoet, neuritis, ischialgie, diabetische neuropathie, carpaal tunnel syndroom, epilepsie.

- Dermatologisch: eczeem, topische ulcers, huidtumoren, psoriasis en likdoorns.

- Immunologisch: scleroderma, lupus erythematodes, endarteriitis obliterans.

- Infectieus: herpes zoster, wratten, chronisch vermoeidheidssyndroom.

- Reumatoloigisch: reuma, trauma's, nek- en rugpijnen, osteo-arthritis, jicht, bursitis, tendinitis, myalgie, fribomyalgie, Dupuytren contractuur, littekens.

 

Bijengiftherapie wordt afgeraden bij:

- Insuline afhankelijkheid (diabetes), 

- Insufficientie van het hart, longen en nieren,

- Bij gebruik van betablokkers (hoge bloeddruk),

- Hyperthyreoidie (te snel werkende schildklier),

- Levercirrose (verschrompeling van de lever),

- Hypofunctie van de bijnieren,

- Bij zwangerschap,

- Bij overgevoeligheid voor bijengif,

- Longtuberculose,

- Gonorroe

- Syfilis.

 

Waarschuwing: Begin nooit zelf met een bijengif-therapie zonder de begeleiding van een apitherapeut, aangezien er een zeer ernstige allergische reactie kan optreden die fatale gevolgen kan hebben!

Voordat u aan een bijengif-therapie begint is het verstandig om door middel van een test-bijenprik na te gaan of u allergisch reageert op de bijensteek. Dit testen gebeurt zeker aan het begin van een behandeling. Wanneer er geen allergische reactie(s) optreden wordt de bij op een bepaalde plaats op het lichaam geplaatst en licht op het achterlijf gedrukt tot ze zal steken. De angel met gifblaas blijft gedurende enkele minuten zitten zodat gifblaas zich leeg kan pompen. Dit proces wordt herhaald tot u de nodige hoeveelheid steken heeft gekregen. Daarna zal de hele sessie om de zoveel dagen herhaald worden, met meestal steeds meer bijenprikken. De hoeveelheid bijenprikken is afhankelijk van uw soort klacht (ziekte) en uw lichamelijke conditie. 

Om te bepalen waar de steken worden geplaatst, wordt er gekeken naar de soort klacht (ziekte) u heeft. 

 

Algemene therapeutische eigenschappen van bijengif:

De resultaten van experimentele behandelingen tonen aan dat bijengif een krachtige biologische werking heeft en daarom in meerdere opzichten een heilzame werking op het lichaam heeft. 

Bijengif, en in het bijzonder het meest actieve deel mellitine, heeft een sterke invloed op het zenuwstelsel omdat het de zenuwtoestroom-overdracht blokkeert. 

Het pept ook de hypofyse-bijnier-spil op, om op die manier het afweermechanisme van het lichaam te activeren. 

In een geneeskrachtige dosis, gaat het krampverschijnselen tegen, verlaagt het de druk op de slagaderen en stimuleert het vaatverwijding, in hoofdzaak van de haarvaten van de hersenen. 

Maar bovenal remt het de ontstekingsreactie en vermindert het de pijn-waarneming. Cardiotonisch is bijengif een krachtig coaguleringsmiddel (bloedstoller) en een actief immunologisch middel. 

Als zodanig vertrouwen geneeskundigen op het therapeutisch gebruik van bijengif voor het tegengaan van pijn en ontstekingen die samenhangen met bepaalde aandoeningen zoals artritis, myalgie (spierreumatiek), intercostale neuralgie (buikwandpijn, die ontstaat door beknelling van intercostaal zenuwuiteinden, die door de buikspieren heen naar de huid gaan) en pijnlijke littekens.

 

De werking van bijengif bewijst van grote waarde te zijn voor het bestrijden van slagaderlijke hypertensie (hoge bloeddruk) en huidziekten (zoals eczeem en psoriasis). Uiteindelijk is de invloed van bijengif op de hersenen geherwaardeerd ten aanzien van hoofdpijn-behandeling alsmede voor de behandeling van het syndroom van Meniere (draaiduizelingen). Goede resultaten worden ook behaald bij de behandeling van multiple sclerosis. 

Vooral in de Verenigde Staten waar bijentherapie sterk ontwikkeld is (tuusen de 40.000 en de 60.000 patienten worden jaarlijks behandeld met bijengif).