Mānuka honing

20-02-2021 16:27

Mānuka honing wordt gemaakt van de nectar van de roze, rode of witte Mānuka bloem (Leptospermum scoparium). De Leptospermum scoparium is de meest verspreide inheemse plant van Nieuw-Zeeland, van de laaglanden tot bergachtige gebieden in zeer verschillende habitats. De plant groeit overal onder enorm contrasterende omstandigheden, langs de kust, van zeeniveau tot 1000 meter hoogte, in moerassen, in de droge heuvels, in de modder en zelfs in heet water in en bij geothermische gebieden. De boom heeft een enorm aanpassingsvermogen en bloeit zo’n 6 weken in het jaar. Het is een slanke boom of struik van 6 tot 9 meter hoog met grijsgroen gebladerte en smalle puntige bladeren, met meestal witte bloemen, af en toe ook rood of roze wat verband houdt met het chroomgehalte van de bodem. De bloemen zijn hermafrodiet en worden bestoven door honingbijen. Mānuka wordt ook wel de Nieuw-Zeelandse tea tree genoemd. Traditioneel was het een heilige boom van de Maori ‘s. De originele inheemse kennis van de medicinale planten werd beheerd door de tohunga, de Maori dokter. De bladeren werden door hen tegen vele kwalen gebruikt, infecties aan de luchtwegen, reumatische aandoeningen, spierpijn, wond helingen enzovoort. Jonge scheuten werden gekauwd en gegeten tegen dysenterie. Een afkooksel of brouwsel werd gedronken bij klachten aan de urinewegen en tegen koorts. De stoom van gekookte bladeren werd ingeademd bij verkoudheden, sinusitis. Een afkooksel van bladeren en schors werd als een papje op pijnlijke spieren en gewrichten gesmeerd. Kauwen op de schors zou ontspannend werken en slaap opwekken. De vertaling van het Maori’s Mānuka of Mānuka nuka is nervositeit.
Men beweert dat kapitein Cook 1769 de naam Tea tree heeft gegeven aan de Mānuka bladeren. Zij gebruikten die als thee vooral om scheurbuik tegen te gaan.

Mānuka honing is een monoflorale honing. Dit betekent dat tenminste 70% van de door de bijen verzamelde nectar van de Mānuka bloem afkomstig moet zijn om Mānuka honing te mogen worden genoemd. De in honing aanwezige pollen kunnen nauwkeurig worden geteld in laboratoria waarna exact kan worden bepaald welk aantal pollen van welke bloemsoort aanwezig is in de honing. Door het toevoegen van het enzym glucoseoxidase door de honingbijen bij het omzetten van nectar tot honing worden de suikers in de nectar omgezet in waterstofperoxide (voorheen inhibine genoemd), een chemische structuur waarop bacteriën en allerlei schimmels geen vat hebben. Door de vorming van waterstofperoxide tijdens dit proces krijgt honing een antibiotische eigenschap. Iedere soort honing heeft in meerdere of mindere mate antibacteriële eigenschappen. Naast deze waterstofperoxide activiteit bevat Mānuka honing nog een ándere antibacteriële activiteit. Deze wordt niet veroorzaakt door het enzym dat door bijen aan de nectar wordt toegevoegd, maar komt van de nectar van de plant zelf en wel van de Mānuka bloem! Het is een van nature aanwezige verbinding in Mānuka honing en zorgt voor zijn unieke bio-activiteit in de honing én is ook één van de chemische waardes die wordt gebruikt om het niveau van de antibacteriële eigenschappen van de Mānuka honing aan te geven. Deze antibacteriële werking van Methylglyoxal (MGO) wordt versterkt door de aanwezigheid van bepaalde niet-antibacteriële componenten in de Mānuka honing. De combinatie van deze stoffen is bepalend voor de mate van niet-waterstofperoxide antibacteriële activiteit die nodig is voor het doden van sommige soorten ziekteverwekkende micro-organismen. Hoe hoger de Methylglyoxal (MGO) waardes des te krachtiger de bioactieve kwaliteiten van de Mānuka honing. 

In 1985 werd door doctor Peter Molan aan de Universiteit van Waikato (Nieuw-Zeeland) de helende eigenschappen ontdekt van de Mānuka honing en dat deze een uitzonderlijke antibacteriële eigenschap had. Hij kon echter destijds niet vaststellen wélk component in de Mānuka honing hier verantwoordelijk voor was. Peter Molan stelde in samenspraak met de UMFHA (Unique Mānuka Factor Honey Association) een gradatie-/coderingssysteem op waarmee zij de gradatie (hoeveelheid) van deze (toen nog niet gespecificeerde stof) antibacteriële activiteit aangeven in de Mānuka honing en wel met de UMF (Unique Mānuka Factor).

Professor Thomas Henle van de Technische Universiteit van Dresden toonde in 2006 door middel van laboratoriumonderzoek aan dat het de natuurlijke stof Methylglyoxal (MGO) is die verantwoordelijk is voor deze unieke niet-waterstofperoxide antibacteriële activiteit in de Mānuka honing. Door deze ontdekking kwam er een andere gradatie-/coderingssysteem tot stand namelijk het MGO.  Het Ministry of Primary Industries in Nieuw-Zeeland dat verantwoordelijk is voor het voedselveiligheidssysteem in Nieuw-Zeeland heeft dit essentiële ingrediënt, het Methylglyoxal, voor de Mānuka honing als dé meet standaard geïndiceerd ter bepaling van de kwaliteit van de Mānuka honing.

Het MGO meet het Methylglyoxaal element en zijn hoeveelheid in de honing, terwijl het UMF de drie chemische verbindingen in de honing meet (DHA, MGO en Leptosperine).

Het UMFHA (Unique Mānuka Factor Honey Association) controleert de kwaliteit, zuiverheid én authenticiteit van alle Mānuka honing die in Nieuw-Zeeland geoogst wordt en die in de handel komt. Dit om vervalsingen van het product te voorkomen en zo de consument te beschermen. De aangeleverde honing wordt getest in laboratoria op drie natuurlijke bestanddelen die enkel in de Mānuka honing voorkomen en wel: Dihydroxyacetone (DHA), Methylglyoxal (MGO) én Leptosperine (LS).

  • Dihydroxyacetone (DHA) uit de nectar wordt omgezet in Methylglyoxal (MGO) tijdens het verwerkingsproces van nectar tot honing door de honingbijen.
  • Een andere graadmeter aangetroffen in de honing is Leptosperine (een natuurlijke stof die alleen in de nectar van Mānuka bloem wordt aangetroffen) en die in de loop der tijd qua gehalte ook stabiel blijft in de honing. Dit maakt het testen op de stof Leptosperine een goede graadmeter om ​​vast te stellen of het voldoende geconcentreerd is in de honing om als Mānuka honing te worden bestempeld. Daarbij is Leptosperine een zeer complexe natuurlijke verbinding wat het moeilijk maakt de stof synthetisch in een laboratorium te imiteren.

In tegenstelling tot MGO meet UMF dus ook de DHA (Dihydroxyacetone) en Leptosperine waarde in Mānuka honing. Dit zijn de stoffen die de MGO in de Mānuka versterken en aanvullen. Het UMF is een indicator/gradatiesysteem voor de zuiverheid en kwaliteit van de honing. Alleen het MGO-gehalte voldoet niet om de zuiverheid en authenticiteit van de Mānuka honing vast te stellen.  Deze UMF-codering is een internationaal kwaliteitshandelsmerk én is een onafhankelijk certificeringslabel (UMF®-label) dat de echtheid, de kwaliteit én de authenticiteit van de Nieuw-Zeelandse Mānuka honing garandeert. Alleen bedrijven uit Nieuw-Zeeland met een geregistreerde licentie bij de ‘UMF Honey Association’ mogen deze UMF® codering hanteren en dit op hun etiketten plaatsen. Zij voldoen aan vooropgestelde criteria van het UMFHA waarbij wordt nagegaan dat de Mānuka honing die dat bedrijf levert én ook exporteert de natuurlijke, onvervalste Mānuka honing is die de unieke niet-waterstofperoxide antibacteriële eigenschap bevat.

In de tabel ziet u hoe het MGO- en UMF-gehalte zich tot elkaar verhouden:

UMF     

Methylglyoxal level

MGO

5+

≥ 83 mg/kg

83+

10+

≥ 263 mg/kg

263+

15+

≥ 514 mg/kg

514+

20+

≥ 829 mg/kg

828+

25+

≥ 1200 mg/kg

1200+

Bij de meeste aangeleverde honing is het maximaal gemeten MGO-gehalte 3 tot 8 mg/kg. Het bijzondere van sommige soorten Mānuka honing is dat er niveaus van meer dan 700mg MGO  per kg wordt aangetroffen. Alhoewel zeldzaam en in kleine hoeveelheden worden in de door de bijen verzamelde Mānuka nectar soms zelfs MGO-gehaltes aangetroffen van ≥ 1449 mg/kg (is een UMF-gehalte van 28+). Vanwege het geringe aanbod kunnen de verkoopprijzen hiervan oplopen tot bedragen boven  € 250,= per 250gram!


De mogelijke UMF-gradaties kunnen zijn:
     - Mānuka honing UMF  5+ Mānuka honing met een MGO-gehalte van ≥ 83 mg/kg
     - Mānuka honing UMF 10+ = Mānuka honing met een MGO-gehalte van ≥ 263 mg/kg
     - Mānuka honing UMF 15+ = Mānuka honing met een MGO-gehalte van ≥ 514 mg/kg
     - Mānuka honing UMF 20+ = Mānuka honing met een MGO-gehalte van ≥ 829 mg/kg

Ter info: Antibacteriële activiteit van Mānuka honing